Als ik vertel wat mijn beroep is word ik vaak uitgelachen. Ik leef in een mannenwereld met mijn werk, ik ben vrachtwagenchauffeur. Verder is er niets mannelijk aan mijn karakter, ben zelf van binnen wat onzeker. Heb daar geen moeite mee, weet dat heel goed te verbloemen.
Een man heb ik niet nodig heb ik altijd geroepen, ik dacht ik dop mijn eigen boontje wel. Juist nu ik ouder word merk ik het gemis van een man, daarom ben ik weer actief zoekende. De boontjes samen doppen lijkt mij veel gezelliger.
Hoe naar ik het ook vind om te zeggen, ik doe het toch. Jullie kennen hem immers niet. Mijn man kan niet meer presteren. Hij is iets ouder dan ik en hij krijgt hem echt niet meer omhoog. Hij probeert me wel op andere manieren te plezieren, maar dat is niet genoeg voor mij. Ik heb een echte man nodig.