Een prinses ben ik niet al denken mijn ouders daar anders over. Die hebben mij nog al beschermend opgevoed maar weten niet hoe ondeugend ik eigenlijk al ben geweest.
Hoe naar ik het ook vind om te zeggen, ik doe het toch. Jullie kennen hem immers niet. Mijn man kan niet meer presteren. Hij is iets ouder dan ik en hij krijgt hem echt niet meer omhoog. Hij probeert me wel op andere manieren te plezieren, maar dat is niet genoeg voor mij. Ik heb een echte man nodig.
Een man heb ik niet nodig heb ik altijd geroepen, ik dacht ik dop mijn eigen boontje wel. Juist nu ik ouder word merk ik het gemis van een man, daarom ben ik weer actief zoekende. De boontjes samen doppen lijkt mij veel gezelliger.
Gewoon eerlijk zijn zeggen mijn vriendinnen dus ik zou het ook eerlijk zeggen. Ik heb een moeilijke tijd achter de rug en ik ben een tijd depressief geweest door dat ik pech op pech had. Nu ben ik er weer en misschien wel sterker dan ooit.